Duurzaam energieverbruik bij ploegendiensten

Duurzaam energieverbruik bij ploegendiensten

Met duurzaam energieverbruik bij ploegendiensten verlaag je verspilling zonder je productie te verstoren. Dat begint met meten per ploeg, duidelijke afspraken bij de overdracht en instellingen die passen bij het werk. Kijk niet alleen naar de nacht, maar ook naar pauzes, ploegwissels en rustige uren. In dit artikel lees je hoe je onnodig verbruik herkent, stroompieken beperkt en maatregelen veilig uitprobeert binnen jouw onderneming.

Inhoudsopgave

Meet per ploeg

Bij ploegendiensten vertelt een maandfactuur maar een deel van het verhaal. Je ziet hoeveel energie jouw bedrijf gebruikt, maar niet welke ploeg welke installaties nodig heeft. Ook blijft verborgen wat er tijdens een overdracht of productiestop gebeurt.

Bekijk daarom je stroomverbruik per kwartier, als deze gegevens beschikbaar zijn via je meter of energieleverancier. Leg daarnaast het werkrooster, de pauzes en de productiegegevens. Meet gas en warmte apart als die belangrijk zijn voor jouw proces.

Kies een periode waarin alle ploegen meerdere keren werken. Noteer afwijkingen, zoals onderhoud, een storing of een extra order. Zo voorkom je dat je een uitzonderlijke dienst als uitgangspunt neemt.

Vergelijk dezelfde productie

Een nachtploeg die minder energie gebruikt, werkt niet vanzelf zuiniger. Misschien maakt die ploeg minder producten of gebruikt ze andere machines. Vergelijk daarom ook het verbruik per goedgekeurd product, per batch of per bewerkte ton. Zo verbind je duurzaam energieverbruik aan het werk dat een ploeg daadwerkelijk uitvoert.

Kijk daarnaast naar het verbruik wanneer een lijn niets maakt. Blijft dat bijna even hoog als tijdens productie? Onderzoek dan welke hulpmachines blijven draaien. Denk aan pompen, transportbanden of een compressor.

Een aparte meter bij een grote installatie kan helpen om de oorzaak te vinden. Voor een bredere aanpak kun je ook bekijken hoe je de energie-efficiëntie in jouw productie verbetert.

Maak heldere ploegafspraken

Bij een ploegwissel kan onduidelijk zijn wie een installatie terugzet of uitschakelt. De vertrekkende ploeg verwacht dat de volgende ploeg direct verdergaat. De volgende ploeg ziet een draaiende machine en laat die aanstaan.

Maak daarom per installatie een korte afspraak. Leg vast welke stand nodig is, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer de volgende ploeg de installatie weer gebruikt. Kies een herkenbare plek voor deze afspraken, bijvoorbeeld bij de bestaande ploegoverdracht.

Moment Praktische afspraak Verantwoordelijke
Start van de ploeg Alleen benodigde installaties starten Aangewezen operator
Ploegwissel Doorgeven welke lijnen doordraaien en waarom Vertrekkende ploegleider
Geplande pauze Toegestane ruststand gebruiken Operator volgens werkinstructie
Einde van een productierun Hulpmachines volgens afspraak terugzetten Aangewezen operator
Afwijking of storing Reden van extra draaiuren vastleggen Ploegleider

Deze tabel is een startpunt. Laat de technische dienst en medewerkers beoordelen wat bij jouw machines veilig kan. Met duidelijke verantwoordelijkheden wordt duurzaam energieverbruik onderdeel van de dagelijkse overdracht, in plaats van een losse opdracht.

Voorkom een wedstrijd tussen ploegen op basis van alleen de energiemeter. Bespreek eerst verschillen in productsoorten, bezetting en storingen. Vraag medewerkers waar zij onnodig draaien zien. Zij weten vaak welke installatie al ruim vóór de eerste productietaak wordt aangezet.

Duurzaam energieverbruik per installatie

Niet elke installatie kan tijdens een pauze uit. Een koelcel moet op temperatuur blijven. Een oven kan een lange opwarmtijd hebben. Maak daarom onderscheid tussen direct uitschakelen, tijdelijk terugregelen en noodzakelijk doordraaien.

Verlichting en ventilatie

Verlicht de zones waar mensen werken en de routes die veilig bereikbaar moeten blijven. In een hal met meerdere lijnen hoeft een ongebruikte zone niet altijd volledig verlicht te zijn. Zorg wel dat noodverlichting, vluchtwegen en veiligheidsvoorzieningen blijven functioneren.

Stem ventilatie af op bezetting en het proces. Minder medewerkers betekent niet automatisch dat minder ventilatie veilig is. Afzuiging kan nodig blijven vanwege stof, dampen of warmte. Laat een deskundige beoordelen welke instellingen mogen veranderen.

Controleer ook tijdschema’s na een roosterwijziging. Een installatie die nog op een oud tweegploegenrooster staat, kan bij drieploegendienst verkeerd schakelen of onnodig lang draaien.

Perslucht en proceswarmte

Perslucht kan energie blijven kosten terwijl een deel van de productie stilstaat. Lekkages en ongebruikte leidingen zijn dan aandachtspunten. Onderzoek of je een stilstaande lijn veilig kunt afsluiten van het persluchtnet. Onze uitleg over energiebesparende maatregelen voor perslucht helpt je om deze controle gericht uit te voeren.

Bij ovens, baden en andere warme processen telt ook de energie voor het opnieuw opwarmen. Voor duurzaam energieverbruik vergelijk je daarom een volledige cyclus, inclusief afkoelen, opstarten en eventuele afkeur.

Veilig stoppen en starten

Leg per installatie vast hoe lang een onderbreking moet duren voordat uitschakelen zin heeft. Doe dit samen met de leverancier of technische dienst. Neem daarbij productkwaliteit, slijtage en de benodigde opstarttijd mee.

Pas geen beveiligingen aan om energie te besparen. Koeling, vorstbeveiliging en noodzakelijke afzuiging mogen niet verdwijnen door een algemene uitschakelregel. Een goedgekeurde werkinstructie voorkomt dat iedere ploeg zelf een andere keuze maakt.

Spreid stroompieken

Bij de start van een ploeg gaan soms meerdere grote verbruikers tegelijk aan. Denk aan productiemachines, compressoren, elektrische verwarming en laders. Dat kan een hoge stroompiek veroorzaken.

Bekijk of je deze starts kunt spreiden zonder de productie te vertragen. Laat bijvoorbeeld niet-kritische laders later beginnen, als de voertuigen daardoor op tijd beschikbaar blijven. Stem de laadplanning af op de volgende dienst en het benodigde bereik.

Slimme energiesturing kan hierbij helpen. Daarmee bedoelen we dat installaties volgens afspraken reageren op het gemeten stroomgebruik. Zo kan een laadpunt tijdelijk minder vermogen krijgen wanneer een productielijn start. Controleer wel of jouw apparatuur dit ondersteunt en wie de instellingen beheert.

Minder piekvermogen is niet hetzelfde als minder energieverbruik. Een taak naar een ander tijdstip verschuiven verlaagt niet automatisch het aantal gebruikte kilowatturen. Voor duurzaam energieverbruik meet je daarom zowel het totale verbruik als de hoogste gelijktijdige vraag.

Blijf binnen het vermogen dat je met je netbeheerder hebt afgesproken. Het spreiden van starts kan helpen om binnen die grens te werken, maar garandeert geen extra ruimte bij netcongestie. Bespreek een geplande uitbreiding daarom tijdig met je netbeheerder.

Twee medewerkers controleren de uitschakelkaart naast een stilstaande verpakkingslijn, terwijl verderop een andere productielijn blijft doorlopen.

Bereken wat het oplevert

Maak vooraf duidelijk wat je wilt verbeteren: minder stroomgebruik, lagere kosten of minder gelijktijdige belasting. Die doelen hangen samen, maar vragen soms om andere maatregelen.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het verschil zichtbaar. Stel dat een groep hulpmachines tijdens rustige uren gemiddeld 8 kilowatt gebruikt. Na een technisch goedgekeurde aanpassing is dat 5 kilowatt. De besparing is dan 3 kilowatt zolang die aangepaste instelling actief is.

Als dat zes uur per werkdag kan, gedurende tweehonderd werkdagen, bespaar je in dit fictieve voorbeeld:

3 kW × 6 uur × 200 dagen = 3.600 kWh per jaar.

Bij een aangenomen vermeden stroomprijs van € 0,20 per kWh is dat € 720 per jaar. Gebruik voor jouw berekening de kosten die werkelijk wegvallen. Vaste kosten verdwijnen meestal niet doordat je minder stroom gebruikt.

Deze cijfers zijn geen voorspelling voor jouw bedrijf. Ze laten zien hoe je een maatregel doorrekent. Beoordeel duurzaam energieverbruik steeds op gemeten resultaten, niet alleen op het vermogen dat op een machine staat.

Neem ook kosten voor aanpassingen, onderhoud en extra handelingen mee. Controleer na uitvoering of de productie gelijk bleef en er geen extra uitval ontstond. Anders lijkt een besparing op papier gunstiger dan in de praktijk.

Begin met een proefperiode

Kies eerst één lijn of installatie waar onnodige draaiuren zichtbaar zijn. Betrek daarbij alle ploegen die ermee werken. Een instelling die overdag goed werkt, kan bij een ander product in de nacht problemen geven.

Meet vóór de aanpassing het verbruik en leg de omstandigheden vast. Spreek daarna af wat je verandert, wie controleert en wanneer je teruggaat naar de oude instelling. Stop de proef als veiligheid of productkwaliteit in het geding komt.

Laat de proef lang genoeg lopen om alle betrokken ploegen en gebruikelijke producten mee te nemen. Vergelijk vervolgens het verbruik bij vergelijkbare productie. Bespreek ook of de nieuwe werkwijze uitvoerbaar blijft tijdens drukte of bij een personeelswissel.

Controleer je verplichtingen

Energiebesparing kan ook verplicht zijn. Bij een jaarlijks gebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas-equivalent op een locatie kan de energiebesparingsplicht gelden. Die gaat over maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Controleer bij RVO welke verplichtingen voor jouw locatie gelden, inclusief eventuele informatie- of onderzoeksplichten.

Leg geslaagde maatregelen vast in de werkinstructies en controleer ze na roosterwijzigingen opnieuw. Zo blijft duurzaam energieverbruik behouden wanneer medewerkers, werktijden of productieplannen veranderen.

Veelgestelde vragen

Is energie ’s nachts altijd goedkoper? Nee. Dat hangt af van je energiecontract en de prijsafspraken. Bij wisselende stroomprijzen zijn nachturen niet automatisch de goedkoopste uren. Verplaats werk alleen als dat ook past bij personeelskosten, levertijden en het afgesproken vermogen.

Moet iedere ploeg evenveel besparen? Nee. Ploegen kunnen andere producten maken of andere voorbereidende taken uitvoeren. Vergelijk daarom dezelfde werkzaamheden en omstandigheden. Gebruik verschillen om verspilling te vinden, niet om zonder uitleg een ploeg aan te wijzen.

Heb je meteen nieuwe apparatuur nodig? Niet altijd. Begin met instellingen, onderhoud en duidelijke afspraken. Nieuwe meters of automatische sturing kunnen daarna nuttig zijn als je weet welk probleem je ermee oplost. Koop niet eerst een oplossing zonder het verbruik te onderzoeken.

Wat als de productie continu doorgaat? Zoek dan naar ondersteunende installaties die niet continu nodig zijn. Denk aan verlichting in ongebruikte zones of laders die kunnen wachten. Bij duurzaam energieverbruik in een continu proces ligt de winst vaak in gericht regelen, niet in alles uitschakelen.

REE kijkt met je mee

REE helpt jou als ondernemer in de regio Arnhem-Nijmegen om passende vervolgstappen te kiezen. We geven informatie, maar kijken ook met je mee. Je kunt bij ons terecht voor ondersteuning, hulp bij subsidieaanvragen en ervaringen uit de praktijk.

Wil je dat we eens vrijblijvend langskomen om jouw ploegendiensten en energievragen te bespreken? Boek via REE een afspraak in onze agenda voor een kennismaking van 20 minuten.

Deel dit artikel
Deel

Ook interessant..

👉 Plan gratis check (20 min)